FAQ

Is de Nederlandse Vioolbouwschool bereikbaar met het OV?

In theorie wel, maar in de praktijk blijkt dat voor de meeste deelnemers toch niet haalbaar omdat Makkum geen treinstation heeft. Neem bij vervoersproblemen contact met ons op. We kunnen altijd kijken of er carpoolopties zijn.

Welk gereedschap heb ik nodig voordat ik als bouwer kan beginnen?

In eerste instantie kan er gereedschap van de school gebruikt worden. Gaandeweg het proces wordt vanzelf duidelijk welk gereedschap handig is om zelf aan te schaffen. Ook leer je intussen wat over kwaliteitsverschillen. Veel hangt af van hoeveel werk je thuis wilt gaan doen, en of je één keer een viool wilt bouwen, of dat je echt wilt leren violen te bouwen.

 

Hoeveel leerling-bouwers zijn er tegelijk aan het werk tijdens een les?

De maximale groepsgrootte is normaalgesproken 12 personen, verdeeld over 2 lokalen en 2 docenten. In Coronatijd is het aantal leerlingen beperkt tot 10.

Waar kan ik het hout kopen voor het instrument dat ik wil bouwen?

Het hout kan via de school aangeschaft worden. Eenmaal per jaar gaan Dirk Jacob en Rob op “houtreis”, naar Stefan Gleissner, onze hofleverancier in Bubenreuth, om hout voor de school aan te schaffen. Op die manier ben je altijd verzekerd van geschikt hout voor je instrument.

Leerlingen van de Vioolbouwschool mogen natuurlijk mee, om met het selectieproces kennis te maken en voor zichzelf iets speciaals uit te zoeken. En gezellig is het altijd ook.

Hoelang bouw ik aan een instrument?

Dat is een lastige vraag.

Want veel hangt af van je stijl van werken (werk je erg precies of wat vlotter, maak je veel fouten en moet er dus vaker iets hersteld worden) en van hoeveel je thuis kunt doen. Dat laatste is weer afhankelijk van wat voor gereedschap je hebt en of je dat een beetje scherp kunt houden.

Maar de orde van grootte ligt rond de 350 tot 400 uur, voor een eerste viool. Dat wordt natuurlijk zeer veel minder naarmate je meer ervaring en routine krijgt.

Een vioolbouwer moet een viool kunnen bouwen in 200 tot 250 uur, dus ongeveer 12 per jaar.

Het kan nog veel sneller, maar dan ga je uit van geheel of gedeeltelijk voorbewerkte onderdelen. Geprefabriceerde kransen, gefreesde halzen en krullen en voorgefreesde bladen, het bestaat allemaal, meestal van goede kwaliteit, bespaart veel tijd, en is naar verhouding niet duur.

Maar dat is niet precies wat we bij de NVS onder vioolbouwen verstaan. Daar maken we eigenlijk alles zoveel mogelijk zelf.